door Jan D. Swart
Jeugdwethouder Judith Bokhove overleefde donderdagavond een tegen haar ingediende motie van wantrouwen, maar fietst straks aan het begin van de nacht wel naar huis in de wetenschap dat haar beleid over het gesloten schooltje voor kinderen met een autismespectrumstoornis een vette motie van treurnis had opgeleverd. Bovendien was die zowel door de oppositie als de coalitie gesteund en dus ook door haar eigen GroenLinkse fractie. Dat is vrij uniek.
Vanaf het eerste moment dat ze dadelijk haar bips over het zadel gooit, fietst dat niet lekker.
Ongetwijfeld zullen tijdens het ritje ook die laatste uitgesproken zinnen van haar opponenten Hoogwerf (Leefbaar) en Van der Velden (Partij voor de Dieren) door haar hoofd gaan spoken, want beiden gaven haar de suggestie mee om zich toch nog eens serieus te bezinnen over haar positie.
‘’U bent ongeschikt voor deze functie.’’ Daar kwam het op neer van de kant van de oppositie. Tanya Hoogwerf vond dat Bokhove ‘’elk empathisch gevoel in dit dossier was kwijt geraakt.’’ Niet alleen omdat ze op een raar tijdstip (1 mei) het schooltje had gesloten, maar vooral omdat de wethouder op het einde van het 8 uur durend debat het bestuur van Acato de schuld gaf van alle stampij. En in feite blameerde zij daarmee ook de ouders van de kinderen.
‘’U heeft een veel te bureaucratische houding’’, luidde een van de verwijten. ‘’U heeft de kinderen tot speelbal gemaakt.’’ En wijzend naar de in de affaire meegezogen en in het nauw gedreven onderwijswethouder Said Kasmi, over wie aan het licht kwam dat hij de Raad over dit dossier foutief had voorgelicht, zei de oppositie ‘’dat Bokhove hem met een mes in de rug had gestoken.’’
Modderschuit
Er stonden donderdag voor het eerst twee grote vlaggen in de raadszaal achter de stoel van burgemeester Aboutaleb. De Nederlandse en de Rotterdamse. ‘’Twee vlaggen op een modderschuit’’, riep Van der Velden van de PvdD. Hij verspeelde bijna al z’n spreektijd die hij volgende week voor het Feyenoord City-dossier nodig heeft, zó diep ergerde hij zich aan ‘’het gestuntel’’ van Bokhove en Kasmi. En toen hij twee keer gestuntel had gezegd, zei hij dat te mild te vinden en maakte er ‘’falen’’ van.
Excuus
Judith Bokhove had de motie van wantrouwen trouwens kunnen voorkomen als zij bereid was geweest zwaar door het stof te gaan. Haar collega Kasmi had het voorgedaan door een paar keer nederig en slim zijn excuus aan te bieden. Hij kwam er zodoende met een treurnisje van af.
Maar Bokhove hield vol dat zij er alles aan had gedaan om de kinderen met hetzelfde programma, dezelfde leerkrachten en daarmee hetzelfde geld onder te brengen bij een andere jeugdzorginstelling, maar dat dat niet gelukt was omdat het bestuur van Acato niet wilde switchen. Dat zat haar zichtbaar niet lekker.
‘’Hoe kunt u nou in het vervolgtraject nog vertrouwen verwachten van die ouders?’’, vroeg Hoogwerf. Maar ze kreeg geen antwoord. En dat Bokhove de hoofdelijke stemming over de motie van wantrouwen tenslotte overleefde kon een kind voorspellen. De coalitie sloot braaf de rijen. De uitslag 21-22 lijkt voor buitenstaanders weliswaar met de hakken over de sloot, maar het verschil tussen oppositie en coalitie scheelt nu eenmaal slechts 1 stem (en voor enkele coalitieraadsleden veel slikken).



