De bewering dat VVD-wethouder Bert Wijbenga vorig jaar bij de beëindiging van zijn baan bij Woonbron geen recht had op uitbetaling van zijn resterende vakantiedagen, is nogal boud. Registeraccountant en specialist op het gebied van de Wet Normering Topinkomens (WNT), Henk Jan van den Bosch laat weten: “Ik ben het ermee eens dat de conclusie tenminste te voorbarig was. In de geest van de WNT is uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen bij de beëindiging van het dienstverband vrijwel altijd mogelijk.”
In de ‘casus Wijbenga’ gaat het om de 48.000 euro ontslagvergoeding, die Woonbron medio 2018 aan de directeur uitkeerde, toen hij koos voor een verdere carrière als stadsbestuurder aan de Coolsingel 40.
Over die oprotpremie - zoals de Telegraaf haar noemde - ontstond eind juni ophef. Het leidde ertoe dat Wijbenga op 4 juli bekendmaakte 33.000 euro, ‘die gebaseerd was op compensatie pensioenpremies’, terug te betalen.
De overige 15.000 euro van zijn ontslagvergoeding betaalt Wijbenga niet terug. Gaat om niet opgenomen vakantiedagen bij Woonbron. En nog enkele, kleinere posten.
Zolang de Autoriteit Woningcorporaties de zaak onderzoekt, blijft het gissen naar de uitkomst. De vraag is of uitbetaling van die vakantiedagen heeft geleid tot een overschrijding van het WNT-maximum?
Van den Bosch: “Ik ken de details van deze casus niet. Maar ik denk dat er nogal wat argumenten zijn die de Autoriteit Woningcorporaties zal moeten afwegen en die pleiten in het voordeel van de betrokkene. Naar de letter zou de AW wellicht tot een ander oordeel kunnen komen als de procedure niet helemaal juist is gevolgd, maar dat moet nog blijken”.
Minister Ollongren kan op dit moment evenmin uitkomst bieden. Daar komt men achter als je haar de twee volgende algemene vragen stelt:
Mag een topfunctionaris met een vast dienstverband en een salaris dat op het WNT-maximum ligt bij een (vrijwillige) beëindiging van zijn dienstverband zijn niet opgenomen vakantiedagen uitbetaald krijgen in een ontslaguitkering? Of mag dit niet, omdat er dan sprake is van overschrijding van het WNT-maximum?
Ollongrens antwoord op zulke algemene vragen luidt: “We gaan nooit in op individuele gevallen”.



