De taaleis in de Participatiewet is in de huidige vorm niet te handhaven, zegt PvdA-wethouder Moto op de website van Binnenlands Bestuur. Dat komt omdat de inspanningsverplichting niet te meten is. ‘’Wij kunnen hooguit presentielijsten bijhouden bij de taalcursussen, maar komen opdagen vind ik niet hetzelfde als inspanning. Ik vind dat je gewoon een norm moet stellen en de vrijblijvendheid eruit moet halen. Ja, ik ben het in dat opzicht oneens met het standpunt van mijn partij.”
‘’Verstandige uitspraak’’, schrijft Leefbaar Rotterdam, sinds 2002 de aartsvijand van de PvdA in Rotterdam. ‘’Een saillante uitspraak aangezien het destijds inderdaad PvdA-staatssecretaris Kleinsma was die aan de basis stond van de afzwakking van resultaatsverplichting naar inspanningsplicht’’, aldus raadslid Ehsan Jami. ‘’Voorts tekent Binnenlands Bestuur op dat de wethouder vindt dat de door hem genoemde norm niet alleen voor de huidige doelgroep van de wet taaleis moet gaan gelden, maar ook nog voor laaggeletterde uitkeringsgerechtigden.’’
‘’Daarnaast’’, aldus Jami, ‘’geeft wethouder Moti aan dat het niveau dat in de taaleis verplicht wordt gesteld eigenlijk te laag is voor de arbeidsmarkt. En tot slot vraagt hij om extra middelen vanuit het Rijk om intensiever werk te kunnen maken van de taaleis, bijvoorbeeld als het gaat om het uitbreiden van de formele taaltrajecten.’’
Leefbaar Rotterdam zegt zich uitstekend te vinden in de woorden van de wethouder. ‘’Want de kritische kanttekeningen die hij bij de huidige invulling van de taaleis plaatst komen grotendeels overeen met de tekortkomingen waar wij sinds de implementatie van de taaleis de vinger op leggen.’’ Reden voor raadslid Ehsan Jami om een brief te sturen aan wethouder Moti met de even simpele als originele vraag: hebben wij uw uitstekende standpunt wel goed gelezen?



