Voor de tweede keer heeft burgemeester Ahmed Aboutaleb de regering in Den Haag dringend in overweging gegeven om royaal excuus aan te bieden voor het Nederlandse slavernijverleden. Hij bood er Rotterdam als podium voor aan en waar zou dat dan beter kunnen gebeuren dan op de plek waar hij zondag tijdens Keti Koti zijn speech uitsprak, aan de oever van de Maas, op de plek waar het slavernijmonument staat: de Lloydkade. Ooit lagen daar de zeeschepen van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd, die voornamelijk op het voormalige Nederlandse Indië voer.
"Durf groot en sterk te zijn, zeg sorry", zei Aboutaleb in de hoop dat Den Haag zou meeluisteren. Het eerste antwoord, van vorig jaar, vond hij ‘’teleurstellend.’’ Hij gelooft namelijk niet dat de nakomelingen van de slachtoffers van de slavernij om een financiële claim zullen vragen, want daar ligt de terughoudendheid van de regering aan ten grondslag. Leefbaar-raadslid Ehsan Jami denkt daar weer anders over: ‘’Dat gaat geld kosten’’, twittert hij. ‘’Breek de ketenen’’, schreef Nida daarentegen als reactie op de plechtige bijeenkomst ter gelegenheid van het slavernijverleden in Suriname en de Nederlandse Antillen.



