door Jan D. Swart
Burgemeester Aboutaleb deed dinsdag een beroep op sommige raadsleden om bij de behandeling van de Voorjaarsnota woorden als liegen en hypocrisie niet meer te gebruiken en elkaar niet voor Pinokkio uit te maken. Ook niet voor Opper Pinokkio, korporaal-bijdehand en lek- en liksmurf. En zeker niet voor fascist.
Het orde-verzoek bevestigde de ranselende sfeer bij het debat over de verdeling van de centjes in Rotterdam en de status van dit college, waarin oppositie en coalitie elkaar weer eens vrij zinloos in de haren vlogen. Aboutaleb raakte erdoor geprikkeld. Op het laatst gooide hij als een echte Theo Huizenaar de handdoek in de ring. Dat was al ver voordat de PVV aan de beurt was.
Een vrij zinloos debat omdat van tevoren vaststaat dat aan het eind van elke discussie en aan het einde van elke raadsvergadering er altijd voor de oppositie één stem te weinig is en de coalitie met één stem meer altijd zegeviert. Dat raadslid Van Baarle van Denk het ‘’een stuntelend college’’ noemde en en passant sommige wethouders door het slijk haalde, bracht daar geen wijziging in. Er is nog altijd geen dissonant inde coalitieclub.
Men kon vanaf de eerste minuut horen dat het een dagje schelden en de blits maken zou worden. Toen raadslid Karremans van de VVD moest uitleggen waarom hij over erfelijke werkeloosheid op Zuid had gesproken, kon hij dus op z’n klompen aanvoelen dat hij uit moslimkringen een draai om z’n oren zou krijgen. Nida-raadslid El Ouali werd er zelfs pislink om en noemde het ‘’white privilege’’, keek Karremans aan en voegde er aan toe ‘’dat juist dat erfelijk is.’’
Er vielen meer harde woorden. Joost Eerdmans, de fractievoorzitter van Leefbaar, sprak over een gammele nota. Toen de bezuiniging van 17 miljoen op Stadsbeheer aan de orde kwam, en de discussie weggleed naar een andere verdeling van de gelden, zag men wethouder Arno Bonte steeds verder in zijn stoel onderuit zakken, omdat hij wist: nu ben ik aan de beurt.
En ja hoor, daar was de toegezegde 150 miljoen euro weer voor minder, minder CO2. ‘’Het elitaire groene wensdromen’’, volgens Eerdmans. ‘’De religie van GroenLinks.’’ Waarna hij tegen Karremans van de VVD opmerkte dat nu ook het KNMI had becijferd dat de Nederlandse bijdrage aan een beter milieu niet verder komt dan 0,00007 procent minder warmte in 2030. En wat vindt u daarvan, meneer Karremans?’’
‘’U shopt wetenschappelijk selectief’’, pareerde de fractievoorzitter van de Rotterdamse liberalen. ‘’U bent weer aan het hyperventileren, meneer Eerdmans.’’
‘’Nee, meneer Karremans, want 40% van de wereld doet niet mee aan deze gekte en dus heeft die 0.00007 procent van meneer Bonte totaal geen zin en kunnen we die 150 miljoen euro beter besteden. Rotterdam oefent geen enkel effect uit op het klimaat, maar Tante Nel op Zuid moet wel haar gasfornuisje loskoppelen om de wereld te redden.’’
En daarna kwamen de kwalificaties: ‘’Schaamtevol. Afschuwelijk. Wat een soap.’’
1019 verspilde minuten
‘’Leefbaar denkt in krantenkoppen, wij in resultaat’’, pareerde Karremans, die had laten uitrekenen hoeveel kostbare tijd er het afgelopen collegejaar in rook was opgegaan ‘’met debatten over ons zelf.’’ Zegge en schrijve: 1019 minuten. En over de stad: 998 minuten. Doodzonde vond Karremans dat. Tijd die volgens hem, als liberaal, besteed had moeten worden aan de armoedebestrijding.
‘’Duidelijk niet onze schuld’’, vond Eerdmans en somde vervolgens nog maar even alle moties van treurnis, afkeuring en wantrouwen op. ‘’Uw college heeft het allemaal zelf op z’n geweten.’’
Ook de voorsprong op de verkoop van Eneco kreeg de volle laag. Denk vond dat de coalitie ‘’op de pof’’ was gaan leven en aan het einde van de middag strooide zijn fractievoorzitter nog met wat moties over zijn favoriete slachtofferonderwerp discriminatie. Hij pleitte voor geld voor een speciale opsporingsafdeling bij de politie.
Realisten
Ook was er realisme. Met dank aan Maarten Struijvenberg van Leefbaar, die in de raadzaal op betrekkelijke korte afstand van zijn VVD-collega Karremans zit, hem recht in de ogen keek en zei: ‘’Ik heb het sterke vermoeden dat u ons bij alles groot gelijk geeft, maar ja, u zit in de coalitie. U kunt moeilijk wat anders zeggen.’’
En dan was er in het kader van een poging tot datzelfde realisme ook de diepe rode socialist Aart van Zevenbergen er nog. Bij het onderwerp over een wel of niet schone stad richtte hij zich op, kromde de rug en zei: ‘’jongens, laten we nou eerlijk zijn, ik kom ook wel eens buiten, het is er op sommige plekken toch gewoon vuil.’’ Hij zei op een manier van: laten we elkaar geen mietje noemen. ‘’Hoe gaan we dat oplossen?’’
En toen kwam er een half aapje uit de mouw, want ‘’er wordt helemaal niet op schoon bezuinigd’’, riep Chantal Zeegers van D66, ‘’er worden alleen wat minder overhangende takken gesnoeid.’’
Het was toen inmiddels dinsdagmiddag vier uur. De eerste helft van de beschouwingen zat erop. Buiten in de stadhuistuin rookte een raadslid een sigaretje. ‘’Sssst’’, zei hij. ‘’Geen namen noemen.’’
Sinds Sven de Langen (CDA) de zorgwethouder is en overal rookzones verschijnen, zit ook op het stadhuis de schrik er goed in.



